Toen de Russische admiraal Otto von Kotzebüe Paaseiland in 1816 bezocht, verwachtte hij een warm welkom, zoals La Pérouse 30 jaar eerder had gekregen. Hij werd vijandig ontvangen en kon maar een paar mensen korte tijd aan land zetten op het strand van Anakena.
Het journaal van admiraal Otto von Kotzebüe over zijn bezoek aan Paaseiland in 1816
Auteur: Otto von Kotzebüe
Opmerkingen: Marcus Edensky
Wij waren dit eiland op 8 maart om drie uur 's nachts tot op vijftien mijl genaderd, en bij het aanbreken van de dag zagen wij het duidelijk voor ons liggen.
De bouw van de kano's, waarvan wij er verscheidene zagen en die elk maar twee personen bevatten, komt precies overeen met die welke La Pérouse beschrijft; ze zijn vijf tot zes voet lang en ongeveer één voet breed, gemaakt van smalle, aan elkaar gevoegde planken, en aan beide zijden voorzien van een uitlegger.

Daar de bodem in de baai van Cook op veel plaatsen zeer slecht is, zond ik luitenant Schischmareff uit om met het lood een geschiktere ankerplaats te vinden, terwijl ik de Rurick onder zeil hield.
Op een sein van onze boot dat zij een goede ankerplaats hadden gevonden, maakte ik een paar slagen om de punt te bereiken en liet het anker vallen op tweeëntwintig vadem, op een fijne zandbodem.
Mijn eerste bezigheid hier was te zoeken naar de grote en merkwaardige beelden op het strand, die Cook en La Pérouse daar hadden gezien; maar ondanks al mijn speurwerk vond ik slechts een gebroken hoop stenen, die bij een onbeschadigd voetstuk lag; van alle andere was geen spoor meer over1.
Nadat ik mij er volledig van had overtuigd dat deze eilanders ons niet in hun land zouden toelaten, probeerden wij ons terug te trekken naar onze boten, die bovendien in de branding niet veilig lagen; maar zelfs nu waren wij genoodzaakt ons met enkele musketschoten tegen hun opdringerigheid te beschermen; en pas toen zij de kogels om hun oren hoorden fluiten, lieten zij ons met rust. Wij gaven hun nog wat ijzer en haastten ons toen terug naar de Rurick, want ons verblijf zou onder zulke omstandigheden slechts tijdverlies zijn, en elk uur was mij kostbaar.
1) De moai waren met zand bedekt.
De bewoners lijken allemaal van middelmatige gestalte, maar goedgebouwd; meestal koperkleurig, en maar zeer weinigen vrij blank.
1) Papiermoerbei, lat. Broussonetia papyrifera, plaatselijk bekend als Mahute.
2) Niet veel jaren eerder liepen vrouwen nog met ontblote borsten, zoals te zien is op tekeningen van het bezoek van La Pérouse in 1786 (30 jaar eerder). Dat de vrouwen zich nu bedekten, zou erop wijzen dat vrouwen in de jaren daarvoor door bezoekers van buiten waren verkracht of als slaaf meegenomen.
Een bericht dat het vijandige gedrag van de eilanders verklaart, en dat mij later op de Sandwicheilanden door Alexander Adams werd gegeven, zal ik nu aan de lezer meedelen.
Het gevecht schijnt bloedig te zijn geweest, want de dappere eilanders verdedigden zich onverschrokken; maar zij moesten wijken voor de verschrikkelijke wapens van de Europeanen; en twaalf mannen en tien vrouwen vielen in de meedogenloze handen van de Amerikanen.
Ten slotte liet de kapitein de mannen aan hun lot over en bracht de vrouwen naar Massafuero; en naar verluidt heeft hij daarna nog vele pogingen gedaan om mensen van Paaseiland te roven.
