



Het gewone huis op Paaseiland in vroeger tijden heet boothuis of hare paenga (“paenga-huis”). De term boothuis wordt pas in modernere tijd gebruikt en verwijst naar de gelijkenis van de voltooide huizen met een boot die ondersteboven op het land ligt. Door de aerodynamische vorm zijn ze bestand tegen de harde wind op Rapa Nui.
Er zijn honderden boothuizen verspreid over Paaseiland. Ze zijn gemiddeld zo'n 15 m lang, maar het grootste (in het gebied Tepeu) is maar liefst 45 m lang.
De Franse missionaris Eugenio Eyraud, de eerste buitenlander die bij de Rapa Nui woonde, sliep tijdens zijn bezoek in 1864 in een boothuis. In Eugenio's lange brief over zijn verblijf beschrijft hij ze zo:
Het huisraad is zeer eenvoudig: het keukengerei bestaat uit een kalebas om water in te bewaren en een van stro gevlochten zak om de zoete aardappelen in te bewaren. Wat het bed en de inrichting daarvan betreft, kunt u zich al voorstellen hoe die zijn zodra ik over de hut spreek. Stel u een omgekeerde, half geopende boot voor die op de rand van zijn basis rust, en u krijgt een denkbeeld van de vorm van deze hut. Enkele met stro omwikkelde stokken vormen het geraamte en het dak. Een ingang in de vorm van een ovenmond laat de bewoners en bezoekers binnen, kruipend, niet op de knieën maar op de buik. Deze ingang bevindt zich in het midden van de hut en laat juist genoeg licht door om elkaar na enkele ogenblikken binnen te kunnen zien.
